Actief schrijven: 4 tips

Actief schrijven: 4 tips (+ een bonustip)

Krijg je de feedback dat je tekst wat actiever mag? Of vind je zelf dat het vlotter kan? Met deze tips schud je de actieve zinnen zo uit je mouw. En maak je je tekst overtuigender en makkelijker om te lezen.

Wat is actief schrijven?

Lekker in beweging stukjes typen. Bijvoorbeeld achter een fietsbureau. Tegenwoordig zou dat een prima definitie van actief schrijven zijn. Maar in deze blog bedoel ik het ‘ouderwetse’ actief schrijven. Als je actief schrijft, benoem je heel concreet wie of wat de hoofdrol speelt (het onderwerp). En wat diegene of datgene doet (de persoonsvorm). Bijna elke zin kun je actief en passief opschrijven. Kijk maar:

  • Ik schrijf een blog over actief schrijven.
  • Er wordt een blog over actief schrijven geschreven.

In de eerste actieve zin doet het onderwerp (ik) iets. In de tweede passieve zin ondergaat het onderwerp (een blog) iets.

Waarom ook jij actief wil schrijven?

Welke van de 2 zinnen hierboven vond jij fijner lezen? Ik gok de eerste. En dat is ook meteen het grootste voordeel van actieve zinnen: ze zijn prettiger leesbaar dan passieve zinnen. Waarom? Omdat ze korter en directer zijn. En ze bevatten vaak een persoon. Dat maakt de zinnen levendiger. De lezer heeft meteen een beeld van wat de schrijver bedoelt en hoeft minder na te denken.

Hoe schrijf je actief?

Een actieve tekst leest lekker vlot. Maar dat bereik je niet als je alleen passieve zinnen vermijdt. Ik geef je een paar tips om actiever te schrijven.

Tip 1: vermijd passieve werkwoorden

Oké, dat weet je nu wel. Maar mijn tip is om ook na het schrijven nog even kritisch naar je tekst te kijken. Zoek de werkwoorden ‘zijn’, ‘hebben’ en ‘worden’ op, of vervoegingen daarvan. Gebruik bijvoorbeeld de zoekfunctie in Word. Of print je tekst en markeer ze. Zijn het er veel? Kijk welke zinnen je kunt herschrijven door jezelf de vraag te stellen ‘Wie doet hier wat?’.

Tip 2: omzeil voltooid deelwoorden

Gister heb ik een blog geschreven. Of: gister schreef ik een blog. Voltooid deelwoorden maken je tekst langer, trager en minder levendig. Probeer ze daarom te omzeilen. Als je dat doet, vermijd je ook direct de werkwoorden ‘hebben’ en ‘zijn’. Dubbele winst dus.

Tip 3: vermijd overbodige hulpwerkwoorden

Moest je op school tijdens grammatica weleens zo’n rijtje werkwoorden opdreunen? Dat waren de hulpwerkwoorden: werkwoorden die alleen in combinatie met een ander werkwoord voorkomen. Die zijn niet altijd nodig. Bekende voorbeelden: zijn, hebben, worden. Maar ook ‘kunnen’, ‘zullen’ en ‘mogen’, zijn hulpwerkwoorden die vaak overbodig zijn. Als je ze weglaat, leest de zin lekkerder en ben je veel overtuigender. Kijk maar naar onderstaand voorbeeld. Welk wasmiddel zou jij kopen?

  • Je kunt dit wasmiddel gebruiken. Dan zullen je shirts weer stralend wit zijn.
  • Gebruik dit wasmiddel. Dan zijn je shirts weer stralend wit.

Tip 4: pas op met twijfelwoorden

Het is eventueel mogelijk dat je shirts misschien weer stralend wit zullen zijn.
Niet alleen hulpwerkwoorden maken je tekst minder overtuigend. Ook twijfelwoorden zijn echte dooddoeners als je een overtuigende tekst wilt schrijven. Denk aan woorden als: misschien, wellicht, eventueel, mogelijk en waarschijnlijk. Natuurlijk schrijft niemand bovenstaande zin op. Maar twijfelwoorden sluipen zo je tekst in. Wees daar alert op.

Bonustip: kies soms juist wel voor passief

Ik hoop dat je bovenstaande tips gaat gebruiken. Maar let op: soms is een passieve zin juist heel goed. Bijvoorbeeld om ritme in je tekst te brengen. En soms is een passieve zin ook heel erg nodig. Een paar voorbeelden.

  • Je weet niet wie of wat het onderwerp is.
    Er is een fiets gestolen.
  • Je wilt benadrukken dat het onderwerp iets ondergaat.
    De auto wordt gecheckt, gerepareerd en schoongemaakt.
  • Je wilt het lijdend voorwerp extra nadruk geven.
    De prachtige bruidsjurk met diamanten is ontworpen door een onbekende ontwerper.

Kijk dus vooral goed wat past bij jouw content en de boodschap die je wilt overbrengen.

Is je tekst af? Vaak helpt het om de tekst even weg te leggen. En op een later moment nog eens kritisch te kijken naar hoe actief je tekst is. Zelf kijk ik het liefst de volgende dag pas weer naar wat ik heb geschreven. Dat deed ik ook met dit blog. Ik zag weer hele andere dingen en het bracht me op nieuwe ideeën. Probeer het ook eens. Succes!

Headerafbeelding: pexels.com

Over de auteur: Anemone van Arcken

Puzzelen deed ik vroeger maar al te graag. De Nijntjepuzzels heb ik inmiddels ingewisseld voor de puzzel die ‘online content’ heet. Als contentspecialist help ik organisaties met het maken van pakkende content die aantrekkelijk, gebruiksvriendelijk en vindbaar is. Alleen dan is de puzzel compleet.

Tags: schrijven, schrijftips, webredactie



Reageer op dit bericht

* Verplicht
** Verplicht, maar wordt niet getoond